Het moet uiteraard een Friese sjees zijn, die geregistreerd is bij het Friese sjezen-stamboek. Dat houdt in dat hij twee hoge wielen heeft en daar blijft het bij. Het bakje, bestaand uit de zitting met daaronder een kleine bergruimte, rust op leren draagriemen. Die riemen zijn met draagsteunen bevestigd aan het onderstel. De wielen zijn van hout met een ijzeren hoepel eromheen. Het bakje en het onderstel zijn versierd met al dan niet gekleurd houtsnijwerk. Dat is afhankelijk van het soort sjees. Vaak zit er bladgoud op. De panelen links, rechts en achter kunnen beschilderd zijn met bloemen, een landschap of iets dergelijks. Die beschilderingen ziet men vooral bij Westfriese sjezen.
Er mogen geen zeskantige moeren en/of kruiskopschroeven aan het rijtuig zitten, omdat die te modern zijn. Ook de bekleding wordt geïnspecteerd. Die moet van een oude stof zoals velours of trijp vervaardigd zijn. Zijn diverse traditionele kleuren mogelijk.Vuile vlekken en beschadigingen leveren minpunten op.Voor de vulling van de zitting mag alleen zeegras of paardenhaar gebruikt worden, anders zakt hij in.
Paard
Het paard moet vermeld staan in het Friese stamboek. Je kunt zo'n paard herkennen aan zijn of haar zwarte kleur, lange manen en een dikke, zo lang mogelijke staart. Aan de benen heeft hij of zij zo lang mogelijke "sokken". Die mogen alleen bijgeknipt worden als het risico bestaat dat de dieren erop trappen. De paardenvacht moet er goed uit zien, want dat is een kenmerk van een goede gezondheid. De hoeven en de hoefijzers moeten netjes verzorgd zijn.
Het paard moet gehoorzamen en stil staan tijdens de jurering.
Het tuig
Bij een Friese sjees wordt alleen Fries tuig gebruikt. Het paard heeft een hoofdstel met een "roosjesbit", zo genoemd omdat er krulletjes aan zitten, die soms op een roos lijken. De witte teugels zijn gemaakt van gevlochten touw. Het borststuk bestaat uit een witte leren band die met witte touwen, de "strengen", aan de sjees bevestigd is. Voor op de rug van het paard ligt een "schoftje". Dat is een dikke leren band waaronder een kussen met paardenhaar zit. Dat schoftje moet flexibel zijn, anders krijgt het paard "drukkingen", onderhuidse beschadigingen. Aan beide kanden van het schoftje zit een leren riem met aan het uiteinde een lus die over de burrie wordt geschoven. Zo'n lus wordt "lichtoog" genoemd. |
|
|